Bonapartiaans Debat Toernooi 2007

Debatteren

Debatvorm

Door te debatteren oefen je essentiële vaardigheden. Het geeft je meer kennis en inzicht in maatschappelijke vraagstukken. Studenten die debatteren zijn actief en maatschappelijk betrokken. Bij debatteren gaat het erom mensen te overtuigen. Dit vraagt om goede inhoudelijke argumenten en een sterke presentatie. De vaardigheden die je nodig hebt om goed te debatteren, komen overal van pas: iemand die getraind is in debatteren, presenteert beter, luistert beter, analyseert beter en argumenteert beter. Dat debatteren nuttig is, blijkt wel uit het feit dat het nu onderdeel is van het lesprogramma op de middelbare school. Onder studenten is het aantal debatverenigingen in vijf jaar verdubbeld.

Een debater wordt continu uitgedaagd om argumenten te formuleren voor standpunten over diverse actuele en ethische kwesties. Op toernooien krijgen debaters stellingen over uiteenlopende onderwerpen. Ze weten pas een kwartier van te voren of ze voor of tegen zijn, en wat de stelling is. Daardoor leer je snel tot de essentie van de tegenovergestelde argumenten van een vraagstuk door te dringen.

Tot slot heeft debatteren ook een breder maatschappelijk nut. Door de ene keer voor en de andere keer tegen een bepaald voorstel te moeten pleiten, wordt je gedwongen om de waarde van beide standpunten in te zien en beter te zien waarin ze verschillen van elkaar.

Op het BDT wordt er gedebatteerd in de stijl Nederlands Parlementair (ook wel Amerikaans Parlementair genoemd). Twee teams van twee debaters strijden in zes beurten, waarvan vier opbouwend en twee concluderend, tegen elkaar. Teams krijgen een kwartier van te voren de stelling en hun positie (propositie of oppositie) te horen. De debatten wordt door ervaren juryleden beoordeeld op argumentatie, creativiteit, presentatie en tactisch inzicht. De jurering tijdens het BDT van 2007 zal onder leiding staan van CA Anne Valkering (Bonaparte).

Het debat bestaat uit vier opbouwende speeches van 5 minuten en twee concluderende speeches van 3 minuten.

De speeches

De eerste speech van het debat zal gegeven worden door de eerste spreker van de propositie (“de minister president”). Hij is verplicht een probleem aan te geven en een concreet plan ter oplossing van dit probleem, gevolgd door argumentatie. Uiteraard moeten probleem en plan bij de stelling passen.

Vervolgens komt de eerste spreker van de oppositie aan het woord. Indien de eerste spreker van de propositie heeft gezondigd tegen de regels (zie hieronder squirl, truism, status quo) geeft hij dit aan. Vervolgens geeft hij eigen argumentatie van de oppositie en weerlegt de argumentatie van de propositie.

Hierna spreken de tweede sprekers van propositie en oppositie. Zij werken de argumenten van hun partner uit, brengen nieuwe argumenten aan en weerleggen die van de tegenstander.

Na deze vier opbouwende speeches, volgen de conclusiebeurten. Deze worden gegeven door de eerste sprekers van beide teams, te beginnen bij de oppositie. In een conclusiebeurt geeft de spreker aan waarom zijn team gewonnen heeft en laat hij het debat nog eens de revue passeren. Nieuwe argumentatie is echter niet meer toegestaan. Nieuwe voorbeelden overigens wel.

Squirl, truism, status quo

Zoals boven aangegeven, dienen plan en probleem duidelijk met de stelling samen te hangen. Indien dit niet het geval is of als de stelling wordt omgedraaid, wordt gesproken van een squirl (“eekhoorn”). Eveneens verboden is de truism. Dit is een stelling die zichzelf bewijst en waar geen debat over te voeren is. Van status quo is sprake als de door de propositie geschetste situatie al in de praktijk bestaat. Ook dit is niet toegestaan.

Punten van Informatie

Tijdens de opbouwende speeches is het de tegenstanders van de sprekende persoon toegestaan een korte interruptie aan te vragen. Dit geschiedt door op te staan en “punt van informatie” te zeggen (in de klassieke debattraditie strekt men hierbij één arm, waarmee men vroeger de degen vasthield en houdt de andere hand op het hoofd om te voorkomen dat de pruik afvalt). De spreker kan deze aannemen of afwijzen. Indien het punt aangenomen wordt, is het woord voor ongeveer vijftien seconde aan de tegenstander, die deze kan gebruiken om kort een argument te noemen of een vraag te stellen. Voor een goed debat verdient het de aanbeveling om veel punten van informatie aan te bieden en er per speech ongeveer twee te accepteren.

Punten van informatie zijn niet toegestaan in de eerste en de laatste minuut van het betoog (als de spreker zijn structuur uiteenzet of juist zijn betoog samenvat). Begin en einde van de beschermde tijd worden door een klop van de tijdwaarnemer.

Jurering

De debatten zullen worden gejureerd door ervaren debaters van Bonaparte en andere debatverenigingen. We streven ernaar elk debat door ten minste twee juryleden te laten beoordelen. Na het debat zullen zij kort overleggen om de winnaars te bepalen. Vervolgens delen zij deze mee aan de debaters, vergezeld van commentaar en eventuele feedback. Verder deelt de jury aan alle vier de sprekers speakerpoints toe op een schaal van 0 tot 100.

Door de jury zal eveneens de tijd bijgehouden worden. Iedere minuut wordt met een handgebaar aangegeven hoeveel minuten spreektijd er nog zijn. Begin en einde van de beschermde tijd worden aangegeven met een klop.

Powerranking en ranglijst

Om te zorgen dat er zoveel mogelijk debatten gehouden worden tussen teams van gelijk niveau, zal er gewerkt worden met zogeheten powerranking. Dit houdt in dat er steeds teams tegen elkaar staan die eerder op het toernooi evenveel overwinningen behaald hebben.

Na de vijf voorbereidende debatten zal de ranglijst opgemaakt worden en halen de bovenste vier teams de halve finale. Bij het opmaken van de ranglijst zal eerst gelet worden op het aantal gewonnen debatten; is dit gelijk, dan geeft het totaal aantal speakerpoints van beide sprekers in de vijf debatten de doorslag.

Meer informatie over debatteren

Het volledige debat regelement.

Amerikaans Parlementair voor beginners (door Julius Lindenbergh; PDF)